Amores 

Minnedichten

Cupido heeft raak geschoten

Amors lichte pijl heeft mijn hart gevonden
Raak, in het kleine deel van mijn spier, zo zwart

Heeft Amor die geliefde galligheid verslonden;
vond Venus’ zoon van mijlen ver mijn smartenhart.

Cupido schiet altijd raak! En nooit eentje mist,
is’t z’n vurige pijl die nu mijn lottige liefde beslist

En in wier hart zijn pijlen gingen,
Werden besmet met de eeuwige minne.

Dus moet ik ook leven onder Venus dwang,
Och, Fortuna, mijn hele eenzame leven lang

ben ik nu slaaf in Venus’ heerschappij,
Want haar hulpje, Amor, verdoemde mij:

Door zijn vurige pijl wil ik niks anders meer
dan dat ik altijd in der minnen armen verkeer.

Ik wist nooit dat die helse smachten bestonden;
Amors lichte pijl heeft mijn hart gevonden.

Dam, mijn liefste

Te Amsterdam, de late uren.
Staren in het gouden verleden
Zag ik irissen helder en blauw
als Poseidons woeste zee,
mocht ik drijven in jouw rede
nam je me heel even met jouw
blaamloze gedachtestroom mee.
Te Amsterdam, de late uren.

Hij werd Geraakt

Niet Apollo, maar de min, eist mijn
tijd voor zijne zin; een fijne rijm
gevraagd, vant moment des liefdes,
in Vondels dode natuur, daar doch
twee vreemde harten leven moch.

Daar Venus zoone zijn herte zoch,
zag’k geen angst, geen verzet, noch
kwellend smart of kreet toen hij schoot,
noch wrokkend woede, noch hels venijn
noch misdaad, noch mijn minnekijn,

noch lijdend door de pijl, noch bang
noch hoogmoedig, en noch wrang.
Maar toen Amorès pijl was aangekomen,
en die door zijn held’re herte griefde,
werd hij slaaf van getiranniseerde liefde!

Fatalisme

Och, Cupido!
Amor! Uw pijl bracht geen liefde, maar pijn en verdriet,
was ik na dat geveins toch zijn minnekijn niet.
Dacht ik, naïef, dat hij me met liefde zou vereren,
moest hij mijn ontluikende affectie infaam negeren.

Och, Fortuna!
Vrouwe! Uw hardstellige wens was niet wat ik wil!
Sta ik weer bij m’n onwillige tekortkomingen stil.
Was liefde niet mijn lot. T’is mijn religie, ’t fatalisme
keer ik na opwelling weer terug in’t eenzame realisme.