Lewis & Literatuur I: Dualiteit van een historisch gedicht

25 apr. 2020

Hoewel ik liever een bericht zal wijden aan mijn kritiek op de moderne denksystemen en de moderne literatuurkritiek, is het de onrijpe tijd die mij daartoe weerhoudt. Ik bemerk bij mijzelf een constante afkeer van alles wat uit de koker der moderniteit komt, wat natuurlijk niet gek is; de moderne denksystemen maken meer kapot dan heel. Maar ineens kwam ik erachter dat mijn opstandigheid tegen de moderniteit soms begon te lijken op onredelijke oorlogsvoering. De moderniteit heb ik dan wel de oorlog verklaard, maar ook iemand die slechte dingen doet, kan toch ineens zinnige dingen zeggen (alhoewel het beschadigde ethos de geloofwaardigheid enorm aantast, waar ik me dus door laat leiden). Ook de moderniteit kan nieuw licht werpen op dingen die verkeerd gingen vroeger, net zo goed dat de ‘oude’ denksystemen en filosofen van vóór de moderniteit licht kunnen werpen op wat er nu misgaat. Ik moet zo’n dialoog niet uit de weg gaan. Ik moet niet de fout begaan dat ik denk dat élke beweging die mijn vijand maakt fout is, louter omdat het mijn vijand is.
Dat gezegd hebbende, moet ik nu naar een belangrijker onderwerp toe gaan dan mijn zelfreflectie; namelijk het onderwerp waar het in dit bericht over gaat: Lewis & literatuur.

Als hoogleraar Engelse letterkunde heeft Lewis veel literaire kritieken geschreven, een uitgebreide kritiek was het boek Preface to Paradise Lost. In dit boek geeft Lewis een uitgebreide analyse op het epische gedicht van Milton: Paradise Lost. In de volgende berichten over Lewis & Literatuur maak ik uitsluitend gebruik van zijn literaire opvattingen uit dat boek. Mijn doel is niet om een wetenschappelijk essay te schrijven, dus ik zal niet volledige controleerbaarheid in bronnen nastreven. N.B. de onderstaande tekst is volledig gebaseerd op Lewis, ook al verwijs ik niet expliciet naar hem. Wanneer het mijn eigen inzichten of gedachten betreft, zal ik dit wel expliciet aangeven.

The first qualification for judging any piece of workmanship from a corkscrew to a cathedral is to know what it is— what it was intended to do and how it is meant to be used. The first thing is to understand the object before you: as long as you think the corkscrew was meant for opening tins or the cathedral for entertaining tourists you can say nothing to the purpose about them 1.

Het valt me op, zegt Lewis, dat veel lezers bij het lezen van Paradise Lost hopen om enkele ‘mooie citaten’ te ontdekken, van die betoverende quotes of oneliners. Wanneer de lezer er na vijf bladzijden achterkomt dat zo’n gedicht niet op die manier valt te lezen, zal de lezer na een teleurstelling het boek wegleggen. Dit is echter niet de manier waarop zo’n werk zich laat lezen. De betoverende en mooie effecten in zo’n werk hebben wel een kwartier of uur nodig om zich te ontwikkelen, en daar heeft zo’n lezer geen idee van. Wie dus een tekst goed wil begrijpen, moet dus allereerst kijken wat voor soort werk het is.

De lezer moet dus duidelijk weten wat voor soort werk die in handen heeft, om te weten wat het er mee aanmoet; wie niet weet waar een kurkentrekker voor dient, zal er wel mee kunnen spelen en een beetje uitvogelen wat het object wel is, maar hij zal er ook snel op uitgekeken zijn en de handigheid van het object nooit kennen. Iemand moet dus weten wát voor soort tekst hij in handen heeft, wát de auteur gemaakt heeft; een tragedie of epos? Het eerste waar dus naar gekeken moet worden is niet: wat wil de auteur zeggen, maar wat soort gedicht wil de auteur maken.
Een moderne auteur kan je dit niet vragen; hij bedenkt alleen wat zijn unieke boodschap is. Wel kun je dit vragen aan een tuinman die zich afvraagt of hij een rotstuin of tennisbaan zal maken, of een architect die twijfelt tussen een kerk of een huis. Deze benadering heeft twee gevolgen: 1) Wanneer je de ene vorm kiest, kies voor de wetten van die vorm en verlies je de specifieke schoonheden van de ander, 2) Deze benadering zal ons forceren te focussen op een aspect van poëzie dat nu het meest wordt verwaarloosd (de bestaande Vorm).

 Elk gedicht kan op dus twee manieren worden overwogen:
1) Wat heeft de auteur te zeggen.
2) Wat maakt de auteur.

 Vanuit het ene perspectief (1) is een gedicht dus een expressie van gedachten, meningen, emoties, en vanuit het andere perspectief (2) is het een organisatie van woorden om een bepaald soort patroonervaring bij de lezer te produceren.

Twee ouders

Lewis gebruikt de volgende metafoor om deze dualiteit te verduidelijken, elk gedicht heeft twee ouders: 1) de moeder die de massa van ervaringen is, gedachten binnen de dichter, 2) de vader die de bestaande Vorm is (episch, tragedie, of niet). Wie alleen de moeder bestudeert, is eenzijdig:

It is easy to forget that the man who writes a good love sonnet needs not only to be enamoured of a woman, but also to be enamoured of the Sonnet 2.

 

Ik persoonlijk merk dat moderne literatuurkritiek en moderne auteurs denken dat de bestaande vormen een inperking van de creativiteit zullen zijn, wie creatief is, bedenkt of eigen vormen, of de bestaande vormen doen er helemaal niet meer toe, omdat de gedachten belangrijker zijn. Maar, ik denk net als Lewis dat deze bestaande vormen geen inperking hoeven te zijn op de originaliteit, zoals Lewis zegt:

Materia appetit formam ut virum femina 3.

Lewis zegt dat wanneer je die materie (gedachten) in een bestaande Vorm (sonnet, rondeel, epiek, tragedie etc.) giet, dit pas echt leidt tot het ontstaan van een meesterwerk. De poging om jezelf te zijn brengt volgens Lewis alleen de oppervlakkigheid van de menselijke geest naar boven. Wie zijn gedachten zal binden aan een bestaande Vorm, zal alleen maar meer naar buiten brengen wat al in hem zat, waarvan de dichter wellicht zelf geen idee had.
Wie dus literatuurkritiek wil leveren, moet zich bewust zijn van deze dualiteit. Als iemands gedachten juist meer tot uiting komt in de Vorm, en als gedachten verpakt zijn in de Vorm, moet mijns inziens dus altijd eerst geconcentreerd worden op de vorm van het werk, de Vader. En vanuit de vader kan je naar de Moeder gaan.

 De afgelopen eeuw zijn er verschillende vormen van literatuurkritiek geweest, waaronder het idee dat de auteursintentie (de Moeder) volledig buiten beschouwing gelaten moet worden 4. Binnen deze theorie is de lezer altijd de betekenisgever; dus waar de architect dacht een kerk te bouwen, ziet de waarnemer een paardenstal. Waar de kurkentrekker bedoeld is om een wijnfles mee te openen, daar zal de waarnemer het gebruiken als blikopener. De tekst staat los van auteur, los van zijn tijd. De tekst is dus niks anders dan een hoopje stenen waar de lezer zelf wat van maakt. 

Ook is een moderne manier om naar literatuur te kijken als een vorm van loutere originaliteit, creativiteit waarin de auteur zijn mening, originele gedachten slechts uiteenzet, en een Bestaande Vorm daarbij buiten beschouwing laat. De Moeder is dan wel aanwezig, maar de Vader afwezig. En precies zoals Lewis dat al zag, leidt dit tot oppervlakkige literatuur, omdat de vormen eerder oppervlakkig dan vernieuwend zijn.
Het structuralisme lijkt wel om de Vorm te geven, want binnen het structuralisme gaat het immers om het construeren van de tekst 5 tot een coherent geheel; niks staat er voor niks, en niks is overbodig. Lewis heeft het echter over een bestaande Vorm, dus een klassieke literaire Vorm. En binnen het structuralisme gaat het niet om een bestaande Vorm maar louter het creëren van eenheid en als critici zoeken naar die eenheid, de vorm waarin het wordt gegoten maakt niet uit, of nou, de vorm bij bijdrage aan het coherente geheel maar dit kan zowel een bestaande vorm als een nieuwe en oppervlakkige vorm zijn.

In dit blogbericht heb ik de dualiteit van historische poëzie die Lewis in het eerste hoofdstuk Preface to Paradise Lost uiteengezet. Lewis stelt dus dat de (historische) literatuurkritiek tweezijdig moet zijn; er moet zowel gekeken worden naar de Moeder als Vader. Alleen dán kun je een zinvolle analyse maken, want zolang je naar een kathedraal kijkt en denkt dat het bedoeld is als toeristische attractie6, kan je niks zeggen.

  1. Een citaat op bladzijde 1 van Preface to Paradise Lost, vertaling: De eerste kwalificatie voor het beoordelen van elke vorm van vakmanschap van een kurkentrekker tot aan een kathedraal is wat het is – wat het bedoeld is te doen en hoe het bedoeld is te gebruiken. Het eerste wat je moet doen is het object dat je voor je hebt te begrijpen: zolang je denkt dat de bedoeling van een kurkentrekker is om blikken te openen of die van een kathedraal om toeristen te vermaken, kun je er niks over zeggen.
  2. Citaat op bladzijde 3, vertaling: Het is makkelijk te vergeten dat de man die een liefdessonnet schrijft, niet alleen verliefd moet zijn op de vrouw, maar ook verliefd moet zijn op het sonnet.
  3. Vertaling: De materie verlangt de vorm, zoals een vrouw een man (verlangt).
  4. Beseft moet worden dat in deze gedachte of theorie óók de Vorm niet van belang was
  5. Dit construeren gebeurt dan vaak middels binaire opposities. Deze opposities worden gevonden, aan elkaar verbonden en zo ontvouwt de ware betekenis en eenheid zich.
  6. Helaas is dit wel de moderne manier om naar historische teksten te kijken. Mocht het de gedachte en bedoeling zijn van een auteur om een vrome christelijke tekst te schrijven, dan zal de moderne critici er een gendertheorie aan willen koppelen. Uiteraard kun je een historische tekst tegenkomen waarin de auteur via literatuur kritiek wilde geven op een actuele situatie (verpakt met vakmanschap), dan is deze boodschap simpelweg onderdeel van de Moeder. Mijns inziens moet je als onderzoeker oppassen met het leggen van woorden in de mond van de auteur.