Rede I: De aanval op het egocentrisme

8 okt. 2020

I

Voordat ik ga beginnen over de zaak die mij niet alleen vanuit mijn villa op het platteland naar deze oude stad trok, maar ook die mij zeer aan het hart ligt en die mij doet beseffen dat bijziendheid in geest een ergere kwaal in dan werkelijk bijziend zijn. Want wie, beste senatoren, had verwacht dat de aandoening ‘egocentrites’ de geest bevloeit alsof het een droge woestijn betreft? Wie in deze ruimte heeft heeft dit voorzien? Wij allen waren aanwezig op het forum toen we een quasi filosoof hoorden spreken over dat iedereen gelukkig kan zijn zolang hij niet alleen van zichzelf houdt, maar ook vooral veel om zichzelf geeft. Het ego moest het centrum zijn! De gemeenschap de perferie. Maar beste mannen, ik ben hier niet gekomen om jullie een geschiedenisles te geven over het ontstaan van dit venijn. Ik weet dat de wijsheid van een Romeins senator altijd er voor zorgt dat hij op de hoogte is van zulke opvallende ontwikkelingen.

Nu zal ik verdergaan naar de zaak waarin mijn cliens wordt beschuldigd te lijden aan dit egocentrites. Want nadat deze quasi filosoof is beschuldigd van zijn wandaad in combinatie met zijn gebrekkige scholing (de man heeft nooit de stenen van Athene aangeraakt en nooit een letter van Aristoteles gezien, deze man spreekt zelfs geen Grieks!) Een zeer erg vermoeden; hij wordt namelijk niet alleen beschuldigd van een daad, maar van een ernstige geestesafwijking; hij wordt niet alleen beschuldigd van een kwaal, maar van zielenloosheid; hij wordt niet alleen beschuldigd van eigenliefde, maar van een eigenbelang en grootheidswaan die nog erger zijn als Caesars eeuwige dictatorschap! Want, heren senatoren, wie eenmaal lijdt aan egocentrites, kan niet op één moment zijn eigen belang boven de gemeenschap gezet hebben. Nee. Hij zal áltijd zijn eigen belang laten zegevieren. Heren Senatoren, geloof me als ik u vertel dat deze aantijging van buitensporige aard is. Het karakter van mijn cliens wordt aan alle kanten afgebrokkeld en deze zaak en deze terechtstelling verbrijzelt zijn verdiensten en inzet voor de gemeenschap zoals een vulkaan met zijn hete vuren Pompeii heeft verbrijzeld; alle schoonheid lag onder een doek van as begraven. Zo zal deze zaak zijn voor mijn cliens; alles wat hij ooit heeft gedaan zal na deze zaak slechts het dienen van eigenbelang zijn. Alles wat hij heeft verdiend, heeft hij verdiend over de ruggen van onschuldigen; alle liefdadigheid was slechts voor zijn eigen roem, en alle adviezen waren adviezen in zijn voordeel. Alle goede daden en alle schoonheden worden begraven onder deze terechtstelling. Ziet u! Heren! Wat deze zaak zo bijzonder maakt? Ziet u, dat, mijn cliens al voordat de jury heeft geoordeeld, al moet boeten. Ziet u, waar mijn cliens nu werkelijk voor wordt terechtgesteld? De aanklager noemt één moment, wat als water zal stromen naar het hele verleden van mijn cliens. U zult zich nu afvragen wat mijn cliens dan heeft gedaan waardoor hij zo’n aanklacht verdient; de aanklager moet wel met een heel goede reden komen om zo’n zaak te beginnen. Alleen een heel goede reden kan zo’n aanklacht legitimeren. Alleen een heel goede reden kan het as van deze zaak rechtvaardigen. Want, heren, hoe het ook zijt, mijn cliens leeft nu al onder de smet van deze aanklacht, verliezer is hij sowieso al, want zelfs als ik u straks heb aangetoond waarom mijn cliens een gezondere geest heeft dan zijn aanklager, zal hij moeten leven in de schaduw van deze zaak en deze associaties. Zijn aanklager is al winnaar; de meute zal namelijk de rest van hun levens mijn cliens met egocentrisme in verband brengen. Dus, nogmaals, denkt u eraan dat mijn cliens dus al de prijs betaalt voor een straf die hem misschien niet toekomt. Als we hier inderdaad het recht laten zegevieren, laten we dan ook de betaalde prijs in overweging nemen. Laten we een onschuldig man niet nog meer boete vanwege de jaloezie van zijn aanklager en laten we niet vergeten dat een zaak die door de aanklacht al schaduw werpt op de onschuldige, net zo onrechtvaardig is als niet straffen na een daad. Dus ik verzoek u, wijze mannen van de politiek, om uw gevoel voor rechtvaardigheid tot recht te laten komen wanneer ik u de zaak uitleg en ik verzoek u te denken aan de familie van deze man, die al gebukt gaat onder de zware beschuldiging.