De onredelijkheid van ‘Waar twee kijven hebben twee schuld’.

30 apr 2020

Ik hoor het niet alleen vaak om me heen, het wordt zelfs tegen me gebruikt wanneer er een ruzie gaande is of is geweest: Waar twee kijven hebben twee schuld. Ik heb me hier altijd aan gestoord. Niet alleen omdat het onredelijk voelde; het voelde gewoon erg makkelijk dat mijn tegenstander dit eruit gooide en verwachtte dat ik wel tot inkeer zou komen. Er was één moment dat dit gezegde een gevoel van onrechtvaardigheid bij mij losmaakte, ik had namelijk totaal geen schuld, was slachtoffer van de situatie én zelfs toen werd dit gezegd. Mijns inziens is het een misleidende gedachte om te denken dat er áltijd twee schuldigen zijn. Het is een beetje hetzelfde als iemand niet meer vertrouwen omdat er ‘altijd twee kanten van het verhaal zijn’. Met deze uitspraak trek je iemand betrouwbaar in twijfel, en met het gezegde dat ik nu ga bespreken trek je iemands onschuld in twijfel. 

Het klinkt op het eerste gehoor logisch: beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken. Sommigen denken zelfs dat beide partijen evenveel schuld hebben en een evengrote bijdrage aan de ruzie. De eerste gedachte houdt nog ruimte over voor een verdeling van 90% tot 10% schuld, terwijl de tweede gedachte daar geen ruimte meer voor overhoudt. Voordat ik ga vertellen waarom deze gedachten allebei onredelijk zijn, moet ik het eerst hebben over wat ruziemaken nu precies is.

Ruziemaken heeft nogal negatieve connotaties, het is vooral slecht, uitzichtloos en tijdrovend. Vaak zijn de participanten bij de ruzie overgeëmotioneerd, onrechtvaardig en bovenal boos. Deze connotaties zijn allemaal waar (wellicht onvolledig), maar er ontbreekt een belangrijk aspect van ruziemaken; namelijk het doel. Het doel van ruziemaken is namelijk niet onredelijk zijn. Men maakt ook geen ruzie om boos te zijn en ook niet om uitzichtloos te zijn. Ruziemaken is aantonen dat de ander onjuist heeft gehandeld. En dan ook vooral in deze volgorde: aantonen dat de ánder onjuist is, en niet aantonen dat je zelf onjuist handelt of denkt. Velen maken immers geen ruzie in het geval dat zij onjuist handelen. Al met al, ruziemaken is eigenlijk argumenteren. Je standpunt is vaak ‘jij bent onjuist‘ en tijdens de ruzie probeer je de ander omver te werpen met argumenten. De argumentatie winnen is dus het doel van ruziemaken (en op die manier tot vrede komen), de middelen zijn overmatige emoties in het spel gooien, argumenten, drogredenen etc. De bijkomende nadelen zijn: het kost veel tijd, er is vaak geen oplossing en de participanten zijn vaker onredelijk dan redelijk.
Ruziemaken is dus aantonen dat de ander onjuist denkt, handelt of is. Tijdens het ruziemaken komt het vaak voor dat een van de deelnemers dénkt rechtvaardig te zijn door het volgende te zeggen: ‘Waar twee kijven, hebben twee schuld’. Dit klinkt op dat moment als een stijlvolle oplossing, want waarom zou slechts één iemand de volledige schuld hebben tijdens een ruzie? Dit is echter helemaal niet stijlvol. Als deelnemer gebruik je het niet alleen als drogreden (je kapt de discussie af en je ontkracht andermans argumentatie door te stellen dat de ander op z’n minst ook iets verkeerd heeft gedaan). Waar de antogonist zichzelf nog probeerde te verdegingen of juist aan te tonen dat hij niks verkeerd heeft gedaan, wordt hem deze kans geheel ontnomen door dit waarloze gezegde dat zogenaamd wijs is.
Het is eigenlijk eerder een enthymema, een onvolledige deductieve redenatie waarbij het gezegde fungeert als een verzwegen premisse. Schematisch ziet het er zo uit:

1: (men zegt: waar twee kijven, hebben twee schuld, tijdens een ruzie).
2: wij hebben nu allebei ruzie.
Conclusie: wij hebben allebei schuld.

Punt 1 is zonder toestemming als waar aangenomen, wie gaat nu ruziemaken om de waarheid van zo’n wijsklinkend gezegde? Maar toch vloeit dit uit tot de conclusie dat beidne schuld hebben, al is dit niet het geval. Dit is dus een retorische truc.
Dit schema is op twee manieren te interpreteren, namelijk: beiden hebben schuld, maar die schuld is niet gelijk verdeeld. De ene heeft een schuld van twintig procent en de ander dan logisch voor tachtig procent (of er moet een externe factor zijn, maar dat laat ik nu buiten beschouwing). De andere interpretatie is: beiden hebben een evengrote schuld. Deze laatste interpretatie is bijvoorbaat verwerpelijk.
Een evengrote schuld klinkt als een makkelijke en gelijkwaardige oplossing, je komt er niet uit: we hebben allebei schuld. Vooral degene met de grote schuld heeft hier profijt van, want zijn schuld wordt verkleind en heeft hij de ruzie al meer gewonnen dan de onschuldige. Laat mij het volgende voorbeeld gebruiken: Jan is ten onrechte chagrijnig en reageert buitengewoon boos wanneer Marieke zingt in huis. Marieke reageert beduusd en zegt met een ferme toon: ‘doe niet zo boos, man.’ En Jan reageert op haar boosheid: ‘Dat kan je ook normaal zeggen’. Dan is Marieke aan de beurt, en zegt weer: ‘zeg jij!’ Hier begint de ruzie. In dit voorbeeld rijst de vraag: is degene die de ruzie begon niet veel schuldiger dan de gene die op het ruzieaanbod reageert? Ik denk van wel. Misschien reageert Marieke wel erg boos, maar dat als een reactie op Jans boze reactie op Mariekes vrolijke gezang.  Het wordt bijna een onmogelijk onderneming om aan te tonen dat Mariekes boosheid zó heftig was dat de volledige schuld van Jan direct reduceert tot slechts een schuld van vijftig procent. Net zo goed dat een oorlog ten onrechte beginnen altijd vele malen onrechtvaardiger is dan een jezelf met dezelfde middelen verdedigen in die oorlog. De enige uitzondering is wanneer je in die oorlog wint en dan tóch doorgaat met bommen werpen.1.
Als Jan en Marieke verder gaan ruziemaken, kan Jan wel zeggen: ‘ach, twee kijven hebben twee schuld’, maar wat voor schuld heeft Marieke dan? Is zingen een misdaad? Dat zal alleen bestraft moeten worden als afgesproken is dat Marieke niet zou zingen. Kortom, deze uitspraak zou geheel niet op zijn plek zijn. En dan is nog de vraag of Jan vindt dat Marieke een evengrote schuld heeft, of een minder groter schuld. In het laatste geval zal Jan toch zijn excuses moeten aanbieden.

Als je opzoek bent wie rechtvaardig en wie onrechtvaardig heeft gehandeld, is dit gezegde, het meest onredelijke om te zeggen vanwege de simpele reden dat dit gezegde geen enkele vorm van rechtvaardigheid is. Het is een drogreden die de Verliezer gebruikt wanneer hij minder gezichtsverlies wil lijden. Aangezien een gezegde door velen als wijsheid wordt gezien, is dit de perfecte drogreden en dus een retorische truc, wie oprecht, logisch en redelijk wil argumenteren, moet zich niet verlagen tot dit gezegde.

Wanneer is het wel geldig?

Er zijn altijd mensen die zeggen: ‘Ja maar, soms hebben toch wel partijen schuld’. Ik zeg hierop: ‘Ja, dat klopt’. Wanneer twee partijen over duidelijk schuld hebben, is dit gezegde wel geldig vanwege de simpele reden dat het waar is. Het enige wat die mensen moeten aantonen is waarom de andere partijen ook schuld hebben en dus ben je weer terug bij het begin: aantonen wie fout is en waarom. Als dit volgens redelijke argumentatie gaat is er geen sprake van drogrederij. Bijvoorbeeld als Jan meerdere malen vroeg of Marieke niet wilde zingen omdat hij vreselijke hoofdpijn had. Als Marieke dit dan desondanks doet, is Jans boosheid al veel terechter. Zijn boosheid kan wellicht nog wel overdreven zijn, maar Marieke heeft deze boosheid wel aangewakkerd. Je zou dan kunnen zeggen dat Marieke wel degelijk een soort schuld heeft in de ruzie aangezien zij hem zelf heeft geprovoceerd.

Dit gezegde is retorisch een goed argument wanneer het helemaal niet duidelijk is of beide partijen wel allebei schuld hebben. Het is dus een drogreden waarmee direct de discussie wordt gestopt. De Verliezer hoeft daarom niet met rede te beargumenteren dat hij niet als enige fout zit, hij maakt gebruik van dit gezegde en legt bewijslast bij de ander: toon jij maar aan dat jij niet fout zit, dan. Natuurlijk zijn er mensen die wéten dat zij fout zijn, en desondanks dit niet zullen toegeven, ook al probeer je dit met logische argumentatie aan te tonen. In dat geval kun je dit uiteraard wel zeggen, omdat het waar is. Maar wie zich hierop beroept om zelf minder gezichtsverlies te lijden, is – zoals Plato zal zeggen – een onbetrouwbare sofist.

Ik wil hierbij wel toegeven dat ik vrede en liefde  altijd belangrijker vind dan continue deductieve redelijkheid. Daarmee bedoel ik dat het volstrekt on-wijs en zinsloos is om úren ruzie te maken over hoe onschuldig je bent. Mijn doel bij dit bericht was aantonen dat dit gezegde niet redelijk is, maar retorisch (wat ook niet per se heel slecht is). Maar mijn doel is niet om een ruzie van ene half uur uit te breiden naar drie uur, of een reductie in vriendschappen. Mocht iemand je beschuldigen van een schuld die écht niet redelijk is, dan zal hij dit misschien wel roepen om jou toch een niet gemaakte fout te laten inzien. Echter, wie dit zegt kan dit ook als oplossing zien omdat hij echt denkt dat jij een bijdrage hebt geleverd. Het is uiteindelijk niet slecht om door andermans woede, je onschuld te laten bestraffen door simpelweg ‘sorry’ te zeggen. Er is een geloof die gelooft in de eeuwige kracht van het offer van pure onschuld, en daar schuilt best veel liefde en diepgang achter.

  1. Wel moet gezegd worden dat ook Marieke rustiger hád kunnen reageren. Het is niet per se netjes óm direct met dezelfde wapens te reageren. Jezus zal het de andere wang toekeren noemen. Het punt is in mijn betoog niet aantonen wat moreel juist is, maar juist het retorische aspect van zo’n uitspraak aantonen en dus de onredelijkheid. Dus ondanks het idee dat Marieke ook rustiger had kunnen reageren, is het niet van belang bij dit betoog. Daarnaast kun je jezelf afvragen in hoeverre mensen in staat zijn hun eigen emoties tot zover onder controle te houden.