Een metafoor is een vorm van overdrachtelijk taalgebruik waarbij je iets benoemt/omschrijft in termen van een ander domein. Een voorbeeld van een metafoor kan zijn: het winnen van een discussie. Een discussie wordt met zo’n metafoor uitgedrukt in termen van oorlog.

Bron- en doeldomein

Bij een metafoor worden connotaties van het brondomein geprojecteerd op het doeldomein. Wanneer een wijnboer dus zal zeggen: ‘ik ga de juwelen plukken’, gebeurt er het volgende. Bij ‘juwelen’ denkt men snel aan kostbaar, duur, zeldzaam, bijzonder, mooi, etc. Deze betekenissen worden geprojecteerd op het doeldomein (de druiven). De druiven krijgen hierdoor de connotaties van de juwelen. Druiven zijn kostbaar. Druiven zijn duur. Druiven zijn geliefd, etc.

Het brondomein is het domein waar je de connotaties vandaan haalt. In dit geval de juwelen. Hetzelfde geldt voor water dat uit een bron kan komen. Of informatie die van een bron komt.
Het doeldomein is de plek waar de connotaties naartoe gaan. In dit geval de druiven. Net zo goed dat het jouw doel kan zijn om veel te studeren. Het doel is iets wat je wil bereiken of waar je naar toe wil. Hetzelfde geldt dus voor een doeldomein.

Cicero’s uitleg 

In Cicero’s traktaat De ideale redenaar, of in het Latijn De Oratore, behandelt Cicero de metafoor wanneer hij in de dialoog is aangekomen bij het onderwerp elocutio.
Cicero stelt dat de metafoor oorspronkelijk uit noodstaak is ontstaan ‘ten gevolge van armoede en ontoereikendheid van de taal’. Volgens hem is de metafoor populair geworden omdat die zo aantrekkelijk is en esthetisch. Met een metafoor kunnen we iets verduidelijker wat moeilijk is om met een eigen term duidelijk te maken. ‘Het verheldert de gelijkenis daarmee van de zaak die we met het oneigenlijke woord hebben ingevoerd’.

Volgens Cicero zijn er om die reden twee soorten metaforen te onderscheiden. Allereerst zijn er metaforen die een soort lening zijn. Je wil iets ergens anders vandaan halen omdat je het niet hebt. Deze metafoor is uit noodzaak geboren, net zo goed dat we uit noodzaak kleding dragen tegen de kou.

Daarnaast hebben we metaforen die we gebruiken om het gehoor genot te verlenen. De metaforen bestrijden niet een soort tekort, maar verlenen louter glans. Simpeler gezegd: metaforen voor de mooi.  Hetzelfde geldt voor het dragen van mooie kleding die we dus niet dragen om ons te weren tegen de kou, maar die we dragen omdat het mooi is.