Brief I

20 mei. 2020

Gegroet allerheerlijkste leermeester,

Vergeeft u mijn slordige en vluchtige handschrift van dit bericht. Zo snel als Poseidon over zijn wateren raast, of zo snel als dat Zeus met zijn bliksem schiet, zo snel is dit bericht geschreven. Ik zal u besparen in welke snelheid mijn geest moest werken, maar ik kan u garanderen dat die is uitgeput. Normaal zal ik zeggen dat mijn geest sneller schrijft dan mijn pen, maar in dit geval is mijn pen vele malen sneller. Zoals de winnaar van Olympus eerder naar de bron neigt dan de krans, zo neigt mijn pen meer naar inkt dan de rede. Maar ik zal nu zwijgen over de snelheid waarin ik u dit schrijf. Ik denk dat ik nu wel duidelijk heb gemaakt dat u geen volwaardig betoog van mij hoeft te verwachten. En schrikt u dan vooral niet van de gebrekkige argumentatie en mijn simpele woordkeus; het is geen gevolg van een tekortkoming van de geest, slechts een tekortkoming van de tijd.

U zult zich nu vast afvragen welke zaken zo urgent zijn dat ik mijn rede niet tweemaal over een woord laat piekeren. En ik besef dat deze vorm van sloridgheid niet past bij mijn positie en ambitie. Laat de eenmalige lezing van de woorden, ook de eenmalige slordigheid zijn. Bespaart u me uw berispingen, het zou bijna net zo zonde zijn als het volgende wat voor mij zo urgent is, maar iets wat niet minder urgent voor u is! Want ik weet zeker dat het u ook vast is opgevallen dat mensen zich eerder beroepen op gevoel dan verstand. Ja. Ik begrijp dat u me niet kan volgen nu ik dit met zo veel bravoure heb gezegd. Het leek een eenmalige uiting te zijn, toen we die plebs ruzie hoorden maken over wat zij voelden een garantie voor waarheid was. Ik bendadruk het maar even, omdat ik weet dat we dit voelen nog toeschreven aan hun onderontwikkeldheid. Hadden we het toen maar serieuzer genomen, en die armoedige mensen op de Aventijn gevraagd waar die absurde praatjes vandaan kwamen, dan had ik je tijd nu niet hoeven te verspillen aan zo’n waardeloos bericht. Maar wij lachten er om en zochten niet naar de kwakzalvers die zulke vergiftigende medicijnen aan de geestesarmen mensen gaven, die niet in staat zijn zich intellectueel te weren tegen zulk venijn! En ik zeg je, geestesziektes zijn erger dan levensziektes! Want vertel me, wie is door zijn hoofdpijn niet Allerhoogste gekomen? Niemand! Daarom zult u zwijgen mocht ik u een antwoord afdwingen. Maar wie Elysium niet meer kent, zal het niet kunnen betreden. Wie is er nu op zoek naar een plek die niet bestaat? Nou dat bedoel ik dus met dat geestesziektes erger zijn. Wie verward is in zijn hoofd, is verward in alles. Verstand maakt ons goede mensen, niet onze benen of gezondheid. 
Nu deze herinnering met alle pijn van het moment weer vers in je hoofd heb gekregen, kan ik doorgaan naar het volgende. Want vandaag had ik een afspraak in de villawijk op de Palentijn. En toen hoorde ik in alle schrik dat twee dochters van de dominus les kregen van een geestesleraar. En begrijpt u me niet verkeerd. Dit is niet een Aristotelische Griekse leraar die de puellae slechts onderwezen in de wijheid. Dit was een sofist, een overblijfsel van Gorgias. Maar dan eentje die gereïncarneerd was uit het de onderwereld. Zijn boodschap was namelijk nog gevaarlijker dan het paard van Troje! Verpakt als een cadeau van inzicht, maar slechts om het verstand te verslaan. 
Weest u geduldig. Ik zal nu duidelijk maken wat ik u wil zeggen. Na een kritisch overleg over een rede die de dominus tegen de consul wil houden in de senaat, liep ik langs zijn jonge dochters om mezelf via de hoofdingang naar buiten te laten. En geloof me, ik wilde snel naar buiten. Apollo’s zonnewagen reed over de Palentijn, en ik voelde dat ik hem een gedicht moest schrijven over het treurige ongeval van zijn zoon. Maar onderweg werd ik dus tegengehouden door één van zijn dochters. Ik wist dat zij Claudia heette, de tweelingzus van Claudius. Ja, hij die ook bij jou aanklopte voor lessen in de wijsheid en retorica. Maar zijn zus Claudia beschuldige me van het meest ernstige waar een trots burger van beschuldigd kan worden, namelijk dat ik mijn eigen belang boven de staat zet! Dat ik roem wilde vergaren voor mezelf en niet voor ons mooie Vaderland. Ik vreesde dat haar reactie slechts een uiting van jaloezie was, omdat ik weet hoe vrouwen onderling kunnen zijn. Ik eiste daarom ook nadere argumentatie. Maar wat zij toen zei.. Apollo viel bijna uit zijn wagen! Ze zei, waardige leermeester, dat ze dit voelde. En dit vervolgde ze met deze exacte woorden: ‘En wat ik voel is waar, anders voelde ik het niet. Ik kan er niks aan doen dat ik dat voel. Misschien ben jij je er niet bewust van dat jíj (leest u hier ook de zeer neerbuigende toon die zij nadrukkelijk in haar woorden legde) dat gevoel teweeg brengt’. Nou. U begrijpt wel dat ik niet wist wat ik moest antwoorden. Mijn reppende geest ging liggen als een uitgeblazen wind. Ik vroeg dus maar van wie zij deze dwaze woorden vandaan haalde. En zij verwees me met trots (!) dat haar helse sofist haar had geholpen met het vormen van haar psychologie. Zo’n woord dat de neosofisten ontlenen uit het Grieks en zo razend interessant vinden. 

Ik zal u er graag meer over willen vertellen. Maar ziet u de tendens die aan de gang is? Mensen, niet alleen plebs, maar ook dochters van een goede senator, lijken allemaal in de ban te zijn van een geesteskwakzalver! Ja! Ik zeg u dat ik dit net zo erg vindt als u. Al onze grote filosofen hebben ons altijd geleerd dat we onszelf moeten beteugelen. Dat we met onze rede onze gevoelens moeten sturen en die gevoelens niet op de troon van de rede zetten. Wie dat doet wordt een overgevoelige sofist. Iemand die denkt de waarheid te spreken en zinnige dingen te zeggen én dus zijn gelijk te halen, omdat hij refereert naar zijn gevoelens, begaat de grootste drogreden. Och. Ik weet het. Wij hadden hier toch meer op moeten anticiperen. Hierbij wil ik niet zeggen dat gevoelens onbelangrijk zijn. Maar die gevoelens moeten niet de vrijheid krijgen. Ze leggen wapens in handen van machthebbers! Wie de rede gaat zien als een ijzeren ketting, zal zich slaaf voelen van verstand! Wie zich slaaf voelt van wijsheid, gaat zegevieren in tranen! Wie het als een kracht ziet om overgevoelig te zijn, zal al snel merken dat hij zwakker is. 

Dit was voor nu mijn snelle, vluchtige notitie van wat ik vandaag heb meegemaakt. De lijkdicht voor Apollo heb ik geschrapt. Ik ben direct naar mijn schrijftafel gerend om u dit bericht te schrijven. Verlicht u me van deze wanhoop, en vertelt u me wat u van deze ontwikkeling vindt. Ik zal u zo snel mogelijk schrijven met mijn argumentatie, waarom me dus keer tegen zulke denksystemen. Voor nu zal ik me terugtrekken op het platteland. De olijven zijn rijp en moeten geplukt worden. U weet me dus te vinden. 

Uw trouwe dienares.