Selecteer een pagina

Hollandse innovatie in het boekbedrijf

door | 27 mei 2021 | Boekwetenschap

Een troste Hollander noem ik mezelf wel eens.  Ik ben namelijk altijd fier op de Nederlandse ontdekkingen en innovaties. Eentje daarvan is het bedenken van een verdienmodel voor de boekenindustrie. 

Fig. 1: De Dam, en links de drukkerij van Hondius. Veel uitgeverijen vestigden zich op de Dam. Zo waren ze dicht bij de handel. Ook waren ze dicht bij de nieuwste kennis van overzee; de zeelieden/schepen kwamen hier aan. (bron afbeelding: https://hart.amsterdam/nl/page/40242/020today-open-toren-dag-amsterdam)

In 1452 is de boekdrukkunst uitgevonden door de Duitser Johannes Gutenberg. Dit was een uitvinding die zich ontzettend snel door Europa verspreidde. Eindelijk konden boeken op grote schaal kunstmatig geschreven worden! Je zou denken dat Gutenberg daar de rest van zijn leven zijn centen mee kon verdienen. Echter, niks is minder waar! Ondanks de uitvinding, was er geen goed verdienmodel. Boeken werden dus gedrukt, maar niet verkocht. Helaas ging Gutenberg failliet, net als veel andere eerste generatie uitgevers. 

Fig. 2.: Eerste bladzijde van de Gutenberg-Bijbel.

Het probleem was dat het lastig te bepalen was hoeveel boeken je als drukker moest drukken. Dit was zelfs risicovol; wanneer de uitgever te veel boeken drukte, kon hij zijn overschot aan exemplaren niet kwijt. Dit was een probleem dat veel uitgevers in Europa hadden; tegen het einde van de 16de eeuw lagen boekenpakhuizen vol met onverkochte boeken.

Wanneer je als uitgever te weinig drukte, kon je waardevolle inkomsten mislopen. Het opnieuw doorlopen van het drukproces was overigens erg duur; het kostte veel tijd en de zetter was de bestbetaalde arbeidskracht.

Voordat het centrum van de boekhandel zich naar Holland zou verplaatsen, wist nog niemand hoe er met deze risico’s kon worden omgegaan. Deze verplaatsing zou ook pas rond 1580 plaatsvinden. Daarvoor was Antwerpen de belangrijkste plek voor de boekdrukkunst. Rond 1550 groeide Antwerpen uit tot metropool van het Europese handelsnetwerk. Antwerpen was een stad vol met internationale kooplieden.

Fig. 3.: Een prent van het ontzet van Leiden 1574.
Prent opgehaald van Rijksmuseum.

De rol van zowel Antwerpen als Holland veranderde snel na het ontzet van Leiden. De Spaanse troepen hadden geen geld meer en vertrokken naar Antwerpen. In Holland kregen calvinistische leiders van het verzet meer macht in grote steden. Hierdoor kwamen er na 1572 immigratiestromen uit het Zuiden (Vlaanderen en Brabant) op gang. Rond 1580 kwamen er nóg meer vluchtelingen uit het Zuiden. In Antwerpen besloot de hertog van Parma namelijk dat de protestanten zich of moesten bekeren, of hun spullen moesten pakken en vertrekken. Duizenden mensen kozen de laatste optie. Tot 1620 zouden er zo’n honderdduizend vluchtelingen vanuit het Zuidelijke Nederlanden zijn vertrokken naar het noorden. Deze mensen kwamen niet alleen. Ze namen hun kennis, intelligentie, kapitaal en bedrijven mee naar Holland. En juist in het boekenbedrijf was die verandering het grootst. Nederland werd dus het nieuwe centrum van de boekenindustrie. Nieuwe drukkerijen en uitgeverijen vestigden zich in het noorden.

 

Tot dit moment had nog niemand bedacht hoe de risico’s van het drukken kon worden teruggedrongen. Maar de Nederlanders kwamen toen met het idee van een de boekenveiling. Dit werd een typische Nederlandse uitvinding. Zo’n boekenveiling gaf de boekenhandelaren de mogelijkheid om de voorraden en overtollige boeken weer in omloop te brengen door ze op veilingen aan te bieden. De risico’s konden hiermee worden verspreid. Essentieel was hierbij de contante betaling, in plaats van ruilhandel en kredietverlening.            

Er waren twee soorten veilingen. De klassieke veiling, een publieke verkoping van bijzondere privécollecties. Daarnaast had je ook een speciaal soort veiling die alleen toegankelijk was voor collega’s in het boekenvak.

 

De veilingen werden erg belangrijk en ook een enorm succes. Rond 1635 waren veilingen een vast onderdeel in het landschap. In steden als Leiden, Den Haag en Amsterdam werden er wekelijks boekenveilingen gehouden. Dankzij de boekenveilingen konden studenten hun oude boeken verkopen en verzamelaars durfden te investeren in een boekenverzameling. Je kon op zo’n veiling ingebonden exemplaren kopen, of boeken met annotaties van een professors of geleerden.

Bron:

Pettegree, A. & Weduwen der, A. (2019) De boekhandel van de wereld. Drukkers, boekverkopers en lezers in de Gouden Eeuw. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact.